Holstein Friesian in Nederland

Wanneer je in de Nederlandse weilanden zwartbonte en roodbonte koeien ziet lopen, dan zijn dat meestal melkkoeien van het Amerikaanse ras Holstein-Friesian, kortweg HF genoemd. Holstein-Friesian is een echt melkras. Rijzige, armbespierde koeien, met een grote romp, ontwikkeld uier en van boven- en zijaanzicht wigvormig. Ten opzichte van vleesvee heeft het HF ras lange botten, weinig bespiering en steekt de kop hoger boven de rug uit. In deze tijden van specialisatie het beste ras voor melkveehouders.
De basis van de Nederlandse Holstein-Friesian melkkoeien ligt, hoe gek het ook klinkt gewoon in Nederland. Eind 19e eeuw exporteerden handelaren Nederlandse Fries-Hollandse (FH) koeien naar de Verenigde Staten en Canada. In 1878 was er de wereldtentoonstelling in Parijs en in 1880 was deze tentoonstelling in Londen. Op beide tentoonstellingen waren Nederlandse koeien en stieren ingezonden, die veel indruk maakten. De algemene opinie was dat Nederland de beste melkkoeien ter wereld had. Dat resulteerde in de export van 7757 koeien en stieren naar Noord-Amerika in de periode van 1857 tot 1905. De grote meerderheid hiervan kwam uit Friesland en Noord-Holland. Enkele van deze koeien staan aan de basis van de belangrijkste bloedlijnen in de Verenigde Staten.
In Nederland ging men vrolijk verder met gevolgde fokbeleid. Aan het begin van de 20e eeuw zijn Noord-Holland en Friesland qua melkvee, top van de wereld. De Friese en de Noord-Hollandse fokrichting ging wel verschillen. De Friezen hielden meer vast aan het fokken van een niet te grote koe, terwijl de veehouders in Noord-Holland een grotere koe ambiëerden en, mede daardoor, meer richting een hogere melkproductie fokten. Nederland bleef tot aan de jaren 70 van de 20e eeuw toonaangevend in melkproduktie per koe en als gevolg daar van de belangrijkste exporteur van melkvee in Europa.
Machinaal melkenDaar waar Nederland bleef fokken op melkproductie gecombineerd met vleesproductie (FH is een zogeheten dubbeldoel ras) en vet- en eiwitgehalte van de melk (I.v.m. kaasproductie), gingen de veehouders in Canada en de Verenigde Staten een andere koers varen. Beter gericht op de economische voorwaarden in die regio van de wereld. De zwartbonte melkkoeien werden voornamelijk geselecteerd op melkproductie en niet meer op vlees en vet- en eiwitgehalte van de melk. Het type koe veranderde in Amerika. Ten opzichte van de Nederlandse FH koe, was het nieuwe HF ras groter en armer bespierd en was de melkproductie per koe duidelijker verhoogd dan die van de Nederlandse koe. Omdat de veehouders in Noord-Amerika een voorsprong hadden met machinaal melken, was er ook een voorsprong met het fokken op geschikte uiers. In 1970 lag de gemiddelde productie in Nederland op 4652 kg melk per koe per jaar. Precieze cijfers heb ik niet kunnen vinden, maar de productie per koe per jaar in de USA lag in dat jaar rond de 6000 kg melk. Ruim 1000 kg per koe hoger!
Maar tijden veranderen, terwijl de Nederlandse veehouders een conservatief fokprogramma blijven volgen. De gevolgen blijven niet uit. Professor Rommert Politiek rammelt sinds de jaren 60 van de 20e eeuw aan de Nederlandse fokkerijpoorten. Zijn idee is een koe fokken naar de moderne economische maatstaven. Een mooie koe hoeft niet persé, maar een koe moet veel melk geven en functionele eigenschappen hebben, zoals sterke benen en een goed uier is zijn mening. Hij toont ook het belang van een hoog eiwitgehalte aan. Kaas is immers een belangrijk exportproduct. In 1970 voerde de professor een proef uit in de Flevopolder, met Friese en Noord-Hollandse koeien. Hier toonde hij aan dat het Noord-Hollandse fokbeleid stukken beter was dan de Friese. De Friese koeien gaven namelijk veel minder melk dan de Noord-Hollandse. Het was in één klap gedaan met de grote Friese naam in de wereld van de rundveefokkerij. Begin jaren 80 van de 20e eeuw worden de resultaten bekend van een internationale fokkerijproef in Polen. Dit was een proef, waar fokvee uit verschillende landen onder gelijke omstandigheden werden verzorgd. Hierdoor kon exact vastgesteld worden welke dieren de meeste melk produceerden. Het fiasco was daar. Nederland eindigde samen met gastland Polen onderaan. Het was direct gedaan met de export van fokvee uit Nederland. Maar het belangrijkste gegeven was wel de afgetekende eerste plek van de HF-koeien uit de Verenigde Staten. Daar hadden ze in 1980, met afstand, de beste melkkoeien van de wereld.
Vanaf dat jaar gingen de Nederlandse melkkoeien massaal onder de Holsteins. Tussen 1975 en 1995 veranderd het percentage HF bij de zwartbonte melkkoe van 0,7% naar 95%. In een rap tempo haalt Nederland haar achterstand in, met als ultiem bewijs de Fries gefokte stier Skalsumer

Sunny Boy. Hij bleek rond 1995 de beste stier van de wereld. Zijn dochters, en dat zijn er miljoenen over Skalsumer Sunny Boyde hele wereld, scoren in alle kenmerken uitstekend. Doordat in de jaren na WO II het KI systeem (Kunstmatige inseminatie) verschijnt, kunnen van de allerbeste stieren veel koeien bevrucht worden. Later kan men dit sperma, en later ook embryo’s, invriezen, zodat handel over de hele wereld mogelijk wordt. De handel in stieren sperma en rundvee embryo’s wordt miljarden business. Een stier als Skalsumer Sunny Boy (foto) is goed voor tientallen miljoenen euro’s opbrengst. Na Sunny Boy waren er meerdere stieren uit Nederland, die het predikaat ‘beste stier van de wereld’ hadden, maar geen enkele had die invloed, die Sunny Boy wel had.
Inmiddels staat Nederland weer in de hoogste regionen, als het om fokvee gaat. De zwartbonte HF dieren staan, als het over kg melk gaat, op gelijk niveau met hun collega’s aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, terwijl het vet- en eiwitgehalte hoger is. Maar vet en eiwit zijn in Noord-Amerika van minder belang dan in Nederland. Zo’n 120 jaar na de exportgolf van melkvee naar Amerika is er nogal wat gebeurt in de wereld van rundveefokkerij. Noord-Amerika haalde Nederland in en met behulp van de Noord-Amerikaanse rundvee genen, maakte Nederland zijn eigen inhaalslag. Genetisch materiaal, in de vorm van sperma en embryo’s wordt vanuit Nederland geëxporteerd over de hele wereld, inclusief de Verenigde Staten en Canada. Ook wordt er geïmporteerd uit de hele wereld. Dat gebeurt over de hele wereld en daarom is het weer een prestatie van formaat van de Nederlandse fokkers, om zo hoog aangeschreven te staan. Friesland en Noord-Holland hebben hun toppositie binnen Nederland af moeten staan aan Zeeland en Flevoland, maar het economisch belang van een goede melkkoe staat in heel Nederland op hetzelfde niveau. Ondertussen staan de ontwikkelingen niet stil en vragen de melkveehouders zich af, of het niet anders kan. Misschien wel een nog iets andere koe, maar dan nóg beter afgestemd op de Europese economie en het Europese gedachtengoed. Het conservatieve denken van de vorige eeuw lijkt verdampt. En denk niet dat er geen mooie koeien meer zijn. Een hoge melkproductie kan heel goed samengaan met een prachtig exterieur. Dat kun je zien op de verschillende fokveedagen verspreid over Nederland. Nederlands rundvee is weer top, getuige de (internationale) belangstelling op de fokveedagen.

Bronnen: Onze zwartbonte van Cees Kroon, crv4all.nl en geschiedenis24.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*