Corona en keuzes

In het Parool stond deze week een artikel over artsen die moeite hebben met de corona aanpak. Ze zien onder andere mensen die zorg mijden omdat ze niet naar het ziekenhuis kunnen of durven, kankerpatiënten die op het tweede plan geraken en mensen die een slecht nieuwsgesprek alleen aan moeten gaan, omdat hun dierbaren niet mee naar binnen mogen. Zorgverleners die vinden dat de focus op Covid-19 buiten proportie is – in en buiten het ziekenhuis. De artsen stellen dat Covid-19 niet het enige leed is dat er is, maar dat is wel de beeldvorming. Er is maar een klein percentage mensen met het coronavirus.

Dat er maatregelen genomen moeten worden zie ik ook en ik heb ook de indruk dat er ook goed nagedacht wordt, maar dan vooral over het indammen van Covid-19 en een minimale druk op de economie. Er worden doordachte keuzes gemaakt en veel daarvan begrijp ik maar sommige keuzes begrijp ik dan niet zo goed. We mogen met zijn allen in een vliegtuig, maar dat lijkt een economische keuze, of al die maatregelen die ook gelden voor buiten, waar het risico van besmetting echt heel klein is. Maar het meeste moeite heb ik met de voorrang die Covid-19 lijders krijgen in een ziekenhuis. Er wordt inmiddels al weer gesproken over het inperken van de reguliere zorg. Waarom?

Ik snap de kritische vragen van deze artsen heel goed. Als je er even goed over nadenkt is het een absurde regel. De behandeling van een corona patiënt is dus belangrijker dan die van een kanker patiënt. Als iemand me dit eens kon uitleggen. Even afgezien van de IC opnames, een Covid-19 patiënt heeft net zo’n groot probleem thuis als een patiënt met een andere ernstige aandoening. Voordeel is wel dat de Covid patiënt thuis wel heel makkelijk in quarantaine kan. Dit lijkt me echt een groot voordeel. Die focus moet naar mijn mening weggenomen worden. Ziek is ziek en echt iedereen heeft recht op zorg. Maar ja, de regering heeft de laatste jaren de zorg behoorlijk uitgekleed en plukt daar nu de zure vruchten van. Of liever eigenlijk de mensen die dringend die zorg nodig hebben. Je zult maar kanker hebben, dat bij adequaat handelen verholpen kan worden. Alleen mag je niet naar het ziekenhuis, want alles draait om corona. Mag de kankerpatiënt wel sterven? Uiteindelijk telt voor de regering blijkbaar alleen het aantal Covid-19 slachtoffers, want die bepalen de besluitvorming. De rest is slechts bijkomende schade.

Zonnepanelen of biodiversiteit?

De linkse Randstedelijke ideologen willen vooral heel snel van de fossiele brandstoffen af. Daarvoor in de plaats moeten dan voornamelijk zonnepanelen en windmolens komen. De Randstad is met afstand de grootste energieslurper van ons land en voor al die energieopwekkers is geen ruimte in die steden. Geen probleem: Er is ruimte zat op het platteland. Daar moeten dus maar vele hectares vol geplant worden met zonnepanelen en op elke plek met een beetje ruimte moet een windmolen komen, want ja, anders hebben ze op de grachtengordel geen stroom.

Ik krijg sterk het gevoel dat er velen in de tweede kamer geen idee hebben van de gevolgen. Ze hebben hun mond vol van biodiversiteit, maar niemand lijkt zich af te vragen welke invloed deze parken vol panelen op de natuur en de daarbij de biodiversiteit hebben. Onder die panelen groeit niet veel en dat is van directe invloed op het, niet zichtbare, bodemleven. Maar wat je niet ziet is er niet toch? Wil je schone energie of biodiversiteit vraag ik me dan af. Daarbij komt nog de vraag hoe schadelijk zonnepanelen zijn, wanneer ze stuk gaan door een brand. Niemand weet nog of daar dan stoffen door de lucht zweven die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld asbestdeeltjes.

Dan nog de subsidieslurpende en ruim CO2 uitstotende biomassa centrales. Wat daar al aan feiten over bekend is! De CO2 uitstoot is stuitend en het gekke is dat er bomen gekapt worden om die dingen aan de gang te houden. De idioterie is dat iedereen die als kind wel eens een fikkie stookte weet dat je met je kop uit die rook moest blijven. Dat inademen voelde echt niet fijn. Maar ja, de verstedelijkte linkse idealist weet dat niet, en het boeit hem ook niet. Ze willen de wereld redden, maar overzien de gevolgen niet door de oogkleppen die ze dragen. Dus smijten ze met overheidsgelden om hun doel te verwezenlijken. Dat het platteland zo naar de klote gaat, zien ze niet. Daar woont immers bijna niemand en ze komen er toch ook nooit. Dus!

De weegschaal van het OM

Op het moment dat je voor officiële doeleinden een weegschaal gaat gebruiken, bijvoorbeeld voor het verkopen van producten, is de logische eis dat het apparaat geijkt wordt om zeker te zijn dat er eerlijke waardes worden aangegeven. Vrouwe Justitia heeft ook een weegschaal in haar handen om een zo eerlijk mogelijk oordeel te vellen. De vraag rijst, na het afketsen van een juridische procedure tegen rapper Akwasi, omdat hij opgeroepen zou hebben tot geweld, of de weegschaal van het Nederlandse Openbaar Ministerie wel geijkt is.

Het besluit van het OM kan ik persoonlijk wel mee leven. Juridisch zal het allemaal wel kloppen, al is er vaak meer wet, dan dat iemand zijn recht haalt. Toch voelt het niet goed, omdat de bewuste officier actief was in racisme organisaties, en dan aan de ‘zwarte zijde’ van de discussie. Het riekt daarom naar vriendjespolitiek en klasse justitie. In grote lijnen komt het er op neer dat Akwasi strafbaar gevonden wordt, maar niet vervolgd wordt als hij maar sorry zegt. Een Grapperhausje zeg maar. Dat heeft hij natuurlijk gedaan via een statement, waar dan toevallig geen enkele maal sorry in staat, maar dat terzijde.

Akwasi profileert zichzelf graag als een aardige jongen die absoluut tegen geweld is. Persoonlijk ken ik de man niet maar dat hij regelmatig in het nieuws is om zijn uitspraken, die hij dan snel weer intrekt of nuanceert maakt hem in mijn ogen niet echt geloofwaardig. Hij houdt wel van de aandacht, want die heeft hij nodig om zijn carrière aan de gang te houden en hij heeft vriendjes op de juiste plekken, bevestigt het OM onofficieel. Die vriendjes heeft een bekend PVV politicus blijkbaar niet bij het OM, nadat hij iets over Marokkanen heeft geroepen. Daar zit een officier die zich gedraagt als een pitbull. Het is net welke Officier van Justitie je treft. Of misschien beter: Welke al dan niet bevooroordeelde officier wordt je toegewezen.

Politiek en sector kennis

Een eerlijke column van Sigrid Stamkot in het Noordhollands Dagblad toonde weer eens aan hoe ver boer en burger van elkaar verwijderd zijn. Ze refereert aan een 2 jaar durend onderzoek van prof. dr. Leonie Cornips, waaruit blijkt dat koeien kunnen groeten en dat ze allemaal verschillende karakters hebben. Iedereen die ooit met koeien heeft gewerkt kan zonder onderzoek en op basis van ervaring een flink deel van dit rapport zonder enig verder onderzoek direct onderschrijven. Het maakt namelijk helemaal niets uit met welke sociale diersoort je werkt. Niet alleen bij koeien, maar ook bij varkens, schapen en honden kun je karakters en begroetingen onderscheiden en natuurlijk ook bij kuddedieren in het wild. Voor de verstedelijkte mens die ver van de natuur staat is het genoemde onderzoek misschien een eye-opener, maar voor een ieder die dagelijks beroepsmatig met dieren werkt een grotendeels zinloos rapport.

Deze column inspireerde me om het hier eens te hebben over de kennis van politici over hun specialismen. Je maakt regelmatig mee dat je haren te berge rijzen wanneer de toppers op het gebied van een gebrek aan kennis uit de bocht vliegen. Een zo’n topper is Drs. Laura Bromet, landbouwspecialist voor Groen Links in de Tweede Kamer. Ze plaatste een foto van schapen op Twitter tijdens de warme dagen, afgelopen augustus, met de opmerking dat ze wel een scheerbeurt konden gebruiken. Op een reactie die uitlegde dat wol ook isoleert tegen de warmte, antwoordde ze het volgende: “Als ik op dat niveau kennis zou hebben over landbouw, natuur, voedsel, economische zaken, post, digitalisering, water, telecom etc zou ik geen tijd hebben voor mijn werk: Volksvertegenwoordiger” Deze mevrouw bepaald mede ons landelijk beleid voor de landbouw!

Tweede Kamerlid Theo Hiddema van FvD zie ik zeker niet als een domme betweter, maar ook hem betrapte ik laatst op een opmerking, waardoor ik dacht: “Moet deze man mede de besluiten nemen in onze regering?” Hij gaf aan verbaast te zijn dat boeren gingen studeren om hun vak uit te kunnen oefenen. Hij dacht namelijk dat een boer het vak van zijn vader leerde! Hij heeft duidelijk geen idee hoe innovatief de landbouw is en hoe positief het buitenland aankijkt tegen het kennisniveau in deze sector. Toch zit deze man in de Tweede kamer en beslist over ons aller toekomst. Dan nog maar niet te spreken over Sander Dekker die de vorige regering belast werd met het hervormen van het onderwijs. Hij zal zijn best gedaan hebben, maar als je destijds een willekeurige professional uit het onderwijs sprak, bleek al heel snel dat de kennis die hij had en vergaarde over onderwijs schromelijk tekort schoot.

Het is kortweg zorgelijk te noemen dat mensen die blijkbaar goed zijn in het profileren van zichzelf vrij makkelijk een zetel kunnen bemachtigen in de Tweede Kamer of zelfs minister of staatssecretaris kunnen worden. Het belangrijkste wat ze moeten doen is de juiste lijnen uitzetten naar kennisbronnen, maar dat is soms niet eenvoudig, denk ik dan. Maar het kan ook zomaar zo zijn dat een bestuurder te eigenwijs is en zelf denkt voldoende kennis te hebben over van alles en nog wat. Daarnaast is die kennis niet altijd aanwezig, gaf laatst een Groen Links bestuurder toe. “Wij hebben eigenlijk alleen kennisbronnen in de biologische landbouw.” Een oproep aan alle partijen die straks, na de verkiezingen zetels bemachtigen in de Tweede Kamer: Zorg dat het kennisniveau van je mensen op peil is. Dat resulteert op zijn minst in minder besluiten die op emotionele basis genomen worden. Politiek gebaseerd op kennis en feiten zou een doel op zich moeten zijn.